Tag Archive for 'leerstijlen'

De mate van Web 2.0 adoptie bij docenten?

Afgelopen jaren heb ik me regelmatig afgevraagd waarom de ene docent Web 2.0 ten volle omarmt en de andere het (nog) niet ontdekt heeft. Helaas is de groep docenten die Web 2.0 (nog) niet ontdekt heeft erg groot.

Diverse acties om de groep van enthousiaste Web 2.0 docenten te vergroten leveren vaak weinig op. Het internet schreeuwt om adoptie van Web 2.0 in de klas. Wordt er regelmatig in personeelsbladen van scholen over geschreven. Worden er vaak diverse workshops intern bij scholen aangeboden. Doet Kennisnet alle moeite om het aantal schaapjes dat over de dam gaat te vergroten. Et cetera. Et cetera.

Hoe komt het nu dat de groep enthousiaste Web 2.0 docenten zo klein blijft?

Mogelijk is een verklaring te vinden in de theorie van meervoudige intelligentie van Howard Gardner. Hij stelt dat iedere persoon een of meerdere talenten bezit. Hij onderscheidt acht intelligentie. Het mooie van dit model is, dat het verder gaat dan alleen IQ en later EQ.

Opvallend is dat als je Web 2.0 initiatieven probeeert te mappen op de acht intelligenties van Gardner je tot de verbazende conclusie komt dat vooral mensen met verbaal - linguistische en interpersoonlijk kwaliteiten zich op het Web (2.0) kunnen uitleven, en vinden wat ze nodig hebben. Personen met naturalistisch en lichamelijke - kinesthetische kwaliteiten worden niet uitgedaagd door Web 2.0. Voor de overige intelligenties zijn er aanknopingspunten, maar is het dun gezaaid.

Onderzoek door bureau Keesie op Koning Willem I College

Afgelopen 2 dagen heb ik als docent van de ICT-Academie mogen participeren in het onderzoek dat bureau Keesie in Nederland uitvoert bij diverse ROC´s in Nederland. Zo ook bij het Koning Willem I College. Bureau Keesie? Je weet wel? Dat bureau dat ook het rapport Generatie Einstein heeft uitgebracht dat landelijke bekendheid kreeg.

Op basis van dit rapport heeft men een meetinstrument ontwikkelt waarmee je je als ROC kunt laten scoren, en zo een soort van SWOT-analyse krijgt. Dit instrument bestaat uit een “audit” in drie rondes en een briefing van de eerste resultaten aan het College van Bestuur.

In de eerste rond werden studenten van diverse afdelingen gevraagd op een aantal stellingen te reageren. Vanuit de ICT-Academie waren vier studenten aanwezig in deze ronde. Natuurlijk was ik erg nieuwsgierig naar hun bevindingen. Zoiets is natuurlijk heel spannend voor de studenten. Ze kwamen (gelukkig) erg enthousiast terug. “Het was een soort van Barend en Witteman, meneer!”, aldus een van de studenten. In de tweede ronde werden docenten op een zelfde wijze geprikkeld om hun mening te geven. Vandaag in een laatste en derde ronde werd een discussie gevoerd tussen de docenten en studenten. Wat me opviel was de sfeer waarin onderling geboomd werd over onderwijs, zowel door de docenten als door de studenten. De sfeer was open, met respect, en vol realiteitszin. Ook beide vertegenwoordigers van bureau Keesie gaven dit terug: “De sfeer binnen het Koning Willem I College is heel open en vriendelijk tussen studenten en docenten!”. Vanzelfsprekend, dacht ik. Echter bleek uit onze reactie dat dat echt anders is bij sommige ROC´s in Nederland. Nu ben ik een docent die veel “samenwerkt” met zijn studenten, echter ben ik vaak geneigd om de echte hardnekkige problemen van het invoeren van het CGO binnen de afdeling op te lossen. Een klant is een klant, en die vermoei je niet met de interne problematiek. En daarbij maakt het niks uit of deze problematiek echt intern is of bijvoorbeeld door beslissingen van de overheid ontstaat. Natuurlijk is dit gedrag van mij te verklaren vanuit mijn opvoeding in het bedrijfsleven, echter heb ik een grote meerwaarde ervaren om met studenten echt inhoudelijk over onderwijs te praten, b.v. over de vorm van het onderwijs, roostering, rollen van docenten, organisatie, et. cetera.

Kort na de briefing aan het College van Bestuur kreeg ik de uitnodiging binnen om met het College van Bestuur, docenten en studenten het rapport in januari te gaan bekijken. Natuurlijk kun je een deel van de resultaten halen uit de gesprekken die gevoerd zijn. En wat blijkt? Er is nog een hele weg te gaan (voor de ene afdeling wat korter dan de andere, afhankelijk van het moment van start met CGO), maar de juiste koers is absoluut ingezet.

Nashville: Learning Styles - How can we use them effectively in the online environment?

Als je het totale programma van de Conference on IT kijkt, valt op dat er veel onderwerpen vanuit de technologie benaderd worden: Social Bookmarking, Podcasting, Vodcasting, et. cetera. Des te opvallend is dat het onderwerp “Learning Styles: How can we use them effectively in the online environment?” van Jack P. Krichen, van Capella University probeert vanuit leerstijlen het gebruik van technologie te onderbouwen.

In zijn presentatie gaat het allereerst in op het gebrek aan onderzoek naar het gebruik van technologie in de klas, en zeker niet naar leerstijlen en technologie. Vreemd, want in de VS hebben 96% van de grote universiteiten online cursussen en zijn zelfs tweederde van hen volledig online. De vraag die gesteld moet worden is hoe kun je online cursussen effectief inzetten als je weet dat de ene persoon bijvoorbeeld leert door te luisteren, de ander door te reflecteren, en weer een andere door actief te experimenteren.

Volgens de spreker hebben docenten vaak een erg vaag begrip over leerstijlen, de volgende definitie voldoet het beste:

The cognitive, affective and physiological factors that server as relative stable indicators of how learners perceive, interact with, and respond to the learning environment [Swanson, 1995]

In het onderzoek dat de spreker doet, heft hij vooral gekeken naar de volgende leerstijltheorien:

  1. Multiple Intelligence van Gardner (1995) – is niet echt een leerstijl, maar binnen de hersenen zijn verschillende plekken aan te wijzen waar de verschillende intelligenties zich huisvesten. Tevens is vast te stellen welke delen van de hersenen actievere zijn dan anderen, en dus een voorkeur heeft voor een bepaalde intelligentie.
  2. Leerstijlen van Kolb (1984) – in de theorie van Kolb vindt het leren plaats via 4 stappen (die een cirkel vormen): converger, diverger, assimilator en accommodator.
  3. Canfield (1988).

Met name op de leerstijl van Canfield wordt dieper ingegaan, omdat deze gebruikt is in het onderzoek. In deze leerstijl worden een aantal zaken onderscheiden:

  1. Conditions – de ene student leert door samen te werken met gelijken, de andere leert beter in een competative omgeving, en weer een ander leert door duidelijke doelen te stellen.
  2. Content – sommige mensen houden van het bestuderen van getallen, mensen.
  3. Mode of learning – bijvoorbeeld luisteren, lezen, direct ervaren, et. cetera.
  4. Expectation for Course Grade – op basis van de verwachting van het resultaat van het leren levert de student meer of minder inzet.

Er worden een aantal tools genoemd om leerstijlen te achterhalen: Midas (multi intelligence), Canfield LSI, Kolb Inventory, Felver Silverman LSI (is gratis).

Als je het traditionele leren vergelijkt met het online leren dan vallen er een aantal zaken op. Bij online interactie is deze interactie asynchroon, er zijn mogelijkheden om het interface te varieren per student, en er zijn mogelijkheden om cursussen aan te passen aan het niveau van de student. Echter wordt het online leren vaak ontworpen vanuit de traditionele gedachten, en wordt er dus geen gebruik gemaakt van genoemde zaken.

Hoe zou je deze zaken nu kunnen gebruiken? De presentator toont een model waarin naast het kennisniveau van de student ook de leerstijlen en andere leerkarakteristieken gebruikt worden binnen de online leeromgeving. Al het leermateriaal staat in een repository, maar een speciaal onderdeel stelt het aanbod voor iedere student samen op basis van de beschikbare informatie over de student.

Bij mij komt de vraag op of er al online leeromgevingen zijn die dit model gebruiken?

In het onderzoek van de spreker zijn er twintig leeractiviteiten gemaakt die ingedeeld zijn naar de onderdelen van Canfield. In het model van Canfield heeft de spreker een kolom toegevoegd met de online variant van het voorstel dat Canfield doet per categorie. Drie groepen studenten zijn aan de slag gegaan. De ene groep was zich bewust van zijn leerstijl, en kreeg de best passende activiteiten aangeboden, de tweede groep koos zelf zijn eigen activiteiten. De derde groep was een controle groep die stap-voor-stap door de leeractiviteiten gegaan zijn. De online omgeving die gebruikt werd is Moodle. De spreker is erg enthousiast over Moodle.

Een interessante opmerking uit de aanwezigen is dat de studenten die zich voor haar cursus inschreven voor de online variant 70% tot 80% voornamelijk visueel-verbaal ingesteld zijn, terwijl de studenten die zich inschreven voor de traditionele variant veel minder visueel-verbaal ingesteld zijn.

Het onderzoek leverde de volgende inzichten op:

  1. Het is mogelijk om online activiteiten te onwikkelen die recht doen aan de leerstijl van de student. De studenten bevestigden dit inzicht in de interviews die afgenomen zijn.
  2. De “organizational” leerstijl lijkt de meest effectieve te zijn in een online leeromgeving. Het grootste deel van deze groep ronde de cursus volledig af.
  3. Het is erg belangrijk dat de activiteiten die ontwikkeld worden ook echt passen bij de leerstijlen. Zo niet, dan leverde dit veel frustratie op bij de studenten.
  4. Studenten die hun leerstijlen kenden en op basis hiervan passende activiteiten uitkozen waren meer tevreden dan de studenten die dat niet deden. Daarnaast kwamen ze verder in de cursus dan de anderen.
  5. Het gebruik van leerstijlen in een online omgeving en het matchen op de meeste effectieve leeractiviteiten werkt voor de student.

Interessante resultaten die het volgende impliceren: 1. Geef de studenten inzicht in hun leerstijlen, 2. Ontwerp de cursussen rekening houdend met leerstijlen (gebruik hiervoor Web 2.0 technologie), en 3. Maak het mogelijk dat studenten ook kunnen ervaren hoe het is om leeractiviteiten uit te voeren die niet bij hun dominante leerstijl passen.