Artikel: ‘Leraar & mediawijsheid: hoe maak je jongeren mediawijs?’ (deel 2) @profielactueel

Voor het maart-nummer van Profiel mocht ik een derde artikel schrijven over mediawijsheid. In deze post deel ik graag dat artikel. Zoals ik al aangaf vind ik het erg leuk om te schrijven. In opril volgt nog een vervolgartikelen over mediawijsheid.

Leraar & mediawijsheid: hoe maak je jongeren mediawijs?
Leer jongeren hun mediawijsheid gebruiken om nieuwe kennis te verwerven.

Mediawijsheid is onmisbaar voor leven en werken in onze sterk gedigitaliseerde maatschappij. Mediawijsheid is het nieuwe lezen en schrijven. Wie niet kan lezen en schrijven met media, is de nieuwe analfabeet. Voor het Nederlandse onderwijs is een belangrijke rol weggelegd in het mediawijzer maken van onze jongeren, echter valt er op dit gebied nog een wereld te winnen.

In mijn artikel: ‘Mediawijsheid als doel en middel in het onderwijs’ in het februari-nummer van Profiel hield ik een pleidooi om onze jongeren, de professionals van morgen, niet alleen vakmanschap, maar ook internet-survival-skills: mediawijsheid mee te geven. Ik pleitte voor de én-én-aanpak, oftewel: én mediawijsheid als apart vak (als doel) én geïntegreerd in vak- en beroepscontext (als middel) vormgeven in het curriculum van het onderwijs. In dit artikel werk ik mijn pleidooi verder uit.

Mediawijsheid als apart vak (als doel)
Het Mediawijsheid-competentiemodel rafelt internet gebruikt uiteen in drie soorten activiteiten: consumeren, participeren en produceren, en negen competenties: zoeken, filteren beoordelen, verbinden, benutten, bewaken, publiceren evalueren en reflecteren.

Onder consumeren gaan onderwerpen schuil als: ‘gebruik van verschillende (soorten) bronnen’, ‘bepalen van adequate zoekwoorden’, ‘gebruik van geavanceerde zoekmogelijkheden’, ‘gebruik van abonneer en groepeermogelijkheden’ en ‘inschatten van betrouwbaarheid’. Participeren wordt ingevuld door onderwerpen als: ‘gebruik van LinkedIN’, ‘denk na voordat je iets post’, ‘gebruik van sterke wachtwoorden’, ‘internet veilig’ en ‘bewaak je privacy op Facebook, Twitter, Instagram, …’. Produceren krijgt inhoud via onderwerpen als: ‘creeren en publiceren via internet’, ‘auteursrecht, portretrecht en citaatrecht’, ‘online evaluatietools’, ‘internet- en gameverslaving’, ‘voorkomen van een game-bochel’, ‘leren focussen’ en ‘de invloed van media op je zelfbeeld’.

Op het internet is steeds meer (les)materiaal te vinden. Zo bieden de sites mbomediawijs.nl en mediawijsheidinhetmbo.nl (van Ashwin Brouwer) een arsenaal aan opdrachten. Met mijn boek: ‘#Mediawijsheid in de klas’ [1] heb je de beschikking over een complete lesmethode met o.a. 29 kant-en-klare (les)opdrachten met bijbehorende presentaties, een eindopdracht en een beoordelingsmodel. Daarnaast is al het materiaal downloadbaar zodat je het geheel kunt aanpassen naar eigen behoeften.

Mediawijsheid in de vak- en beroepscontext (als middel)
Hoe zorg je als leraar ervoor dat jongeren zich ontwikkelen tot mediawijze consumenten, participanten en producenten in de vak- of beroepscontext? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, neem ik je mee terug naar de gangbare lespraktijk in het pre-internettijdperk.

De leraar verzorgde een klassikale instructie en reikte de jongeren hiermee nieuwe kennis aan. Na de instructie kregen de jongeren een aantal opdrachten, waarin ze leerden de nieuwe kennis toe te passen. De leraar liep rond, gaf een-op-een hulp en sloot de les af met het klassikaal nabespreken van de opdrachten. Als afsluiting van een lessenserie over een thema toetste de leraar of de leerlingen de nieuwe kennis beheersten. Kennis werd hapklaar aangeboden.

In het pre-internettijdperk was het dus de leraar die informatie consumeerde. Hij zocht actuele informatie over zijn vak, filterde de gevonden informatie en beoordeelde deze informatie op betrouwbaarheid. Het was ook de leraar die participeerde. Hij was lid van een sectie en/of een (landelijke) werkgroep en nam soms deel aan een vakcongres. Zo legde hij nieuwe contacten met collega’s, met wie informatie uitgewisseld werd over bijvoorbeeld de laatste ontwikkelingen in het vak, nieuwe lesmethodes of vakdidactiek. Af en toe verzorgde hij een presentatie of workshop. Hij besteedt zorg aan zijn outfit: je wilt goed voor de dag komen. Het was ook de leraar die produceerde. De leraar was de kennisproducent. Hij verzorgde een klassikale instructie, die hij ondersteunde met materiaal dat hij zelf creëerde: een schema op het bord, een reader, een powerpointpresentatie of een mondelinge uitleg. Hij evalueerde zijn les of een complete lesperiode met de klas door tops en tips te vragen of een enquête op papier af te nemen. Hij reflecteerde hierop en paste zijn gedrag aan. Sommige leraren ontwikkelden zelfs volledige lesmethodes in samenwerking met educatieve uitgevers.

Nu, in de 21ste eeuw, wordt de rol van leraar anders. Zeker, hij blijft de autoriteit op zijn vakgebied. Zijn vakkennis en zijn didactische vaardigheid benut hij nu echter niet meer om kennis alleen hapklaar aan te bieden, maar juist ook om het leerproces te begeleiden waarin jongeren hun mediawijsheid gebruiken om nieuwe kennis te verwerven. Met andere woorden: onder begeleiding van de leraar de drie soorten activiteiten: consumeren, participeren en produceren, en negen competenties: zoeken, filteren beoordelen, verbinden, benutten, bewaken, publiceren evalueren en reflecteren toe te passen in de vak- en beroepscontext door de lerende jongere actief aan het werk te zetten. Het is immers de jongere zelf die in de toekomst nieuwe informatie moet zoeken, filteren en beoordelen binnen de vak- of beroepscontext en er vervolgens zinvolle betekenis aan moet kunnen geven. Net zoals de jongere zich in de toekomst op eigen initiatief zal moeten verbinden met relevante anderen en netwerken binnen de vak- of beroepscontext waarin hij werkt. Deze verbindingen zal de jongere vervolgens moeten benutten, terwijl hij tegelijkertijd zijn identiteit zal moeten bewaken door professioneel te acteren naar deze anderen en/of de netwerken waarmee hij zich heeft verbonden. Ook zal de jongere zelf straks moeten kunnen publiceren op het internet binnen de geldende wet- en regelgeving, wat vereist dat hij zijn internetgedrag kan evalueren en erop kan reflecteren.

Door in je lesaanpak bewust te kiezen voor een mix van klassikale instructie (gestoeld op het cognitivisme) en mediawijze-expertwerkvormen (gestoeld op het constructivisme), kun je jongeren niet alleen jouw vakmanschap, maar ook de benodigde internet-survival-skills leren toepassen in jouw vakgebied. Zo leer je jongeren hun mediawijsheid te gebruiken om nieuwe kennis te verwerven.

Patrick Koning, auteur: ‘#Mediawijsheid in de klas’ en trainer op het Koning Willem I College in ’s-Hertogenbosch.

[1] Koning, P. (2015). Mediawijsheid in de klas. ’s-Hertogenbosch: School voor de toekomst.