Afgelopen vrijdag en zaterdag heb ik samen met eenentwintig Koning Willem I Collega’s deelgenomen aan de tweede twee dagen van de Leergang Meervoudige Intelligentie – De docent maakt het verschil. De leergang werd gegeven door @impie72 en Jan van Gemert van het Koning Willem I College en Laura Punt van KPC Groep.

De kapstok van de leergang wordt gevormd door de “7 principes voor een rijke leeromgeving“:

  1. Leren is “State Managing”.
  2. Elk stel hersenen is uniek en betekenisgericht.
  3. Leren is een sociale bezigheid.
  4. Maak bij het leren gebruik van zo veel mogelijk zintuigen en intelligenties.
  5. Het gaat om het patroon en de samenhang.
  6. Om te leren zijn tijd en ruimte nodig.
  7. Leren wordt geremd door angst en gestimuleerd door uitdaging.

In de tweede twee daagse zijn principe 2, 3 en 6 verder uitgewerkt en is er veel geoefend met elkaar.

Bij principe 2 gaat het om leerstijlen. Er is veel discussie over de wetenschappelijke waarde van leerstijlen, echter zijn de leerstijlen van Jan Vermunt een uitzondering hierop. Jan Vermunt onderscheidt vier leerstijlen:

  1. reproductiegericht
  2. betekenisgericht
  3. toepassingsgericht
  4. ongericht

Bovenstaande leerstijlen hebben hun eigen kenmerken op het gebied van regulatie-activiteiten, motivatiebronnen, leeractiviteiten en opvatting over leren. Op Wikipedia staat een mooie beschrijving van de vier leerstijlen:

Studenten met een betekenisgerichte leerstijl zoeken naar verbanden in de studiestof, proberen zelf structuur aan te brengen en staan kritisch tegenover de te bestuderen stof (diepteverwerking). Ze bepalen zelf hoe ze leren en wat ze belangrijk vinden (zelfsturing). Ze zien studeren als het opbouwen van kennis en inzichten en studeren uit persoonlijke interesse. Slaats, Van der Sanden & Lodewijks (1996) vonden bij leerlingen uit het middelbaar beroepsonderwijs een vergelijkbare leerstijl, die zij ‘constructieve’ leerstijl noemen.

Studenten met een reproductiegerichte leerstijl leren de studiestof vaak uit hun hoofd, herhalen de stof veelvuldig en gaan gedetailleerd te werk (stapsgewijze verwerking). Daarnaast laten zij zich door het onderwijs sturen en zien ze studeren als het opnemen van kennis. Ze zijn gericht op het behalen van certificaten en het uittesten van eigen capaciteiten.

Studenten met een toepassingsgerichte leerstijl proberen datgene wat ze leren in de praktijk toe te passen (concrete verwerking). Ze zien studeren dan ook als het leren gebruiken van de kennis die men verwerft en zijn bij het studeren gericht op hun toekomstige beroep (beroepsgerichte leeroriëntatie).

Studenten met een ongerichte leerstijl vinden het moeilijk om hun eigen leren te sturen, maar hebben ook nauwelijks houvast aan de aanwijzingen in de studiestof of van docenten (stuurloze regulatiestrategie). Ze vinden dat het onderwijs stimulerend hoort te zijn en werken graag samen met medestudenten. Verder staan ze onzeker tegenover hun studie (ambivalente leeroriëntatie): ze twijfelen of ze goed genoeg zijn om de studie af te maken of ze vragen zich af of ze wel de goede studie hebben gekozen.

Als ik naar mezelf kijk dan past de betekenis- en toepassingsgerichte leerstijl het beste bij mij. De reproductiegerichte leerstijl ligt me minder. Het uit mijn hoofd leren van zaken zonder betekenis of toepassing is voor mij zelfs erg lastig.

Bij principe 3 gaat het om samenwerkend leren en leren samenwerken. Samenwerkend leren is een bewezen effectieve leeractiviteit met het nadeel van kartrekkers & profiteurs. Door opdrachten te ontwikkelen met een wederzijdse afhankelijkheid (makkelijker gezegd dan gedaan) en individuele aanspreekbaarheid in te bouwen voorkom je het nadeel.

Placemat methode

Een groot aantal werkvormen zijn onder principe 3 te scharen: denken/delen/uitwisselen, placemat methode, goede leerlingen de leerlingen die ergens nog moeite mee hebben laten helpen, check in duo’s, et cetera.

Bij principe 6 gaat het er om dat leren tijd en ruimte nodig heeft. In dit principe staat concentratie centraal. Er is veel onderzoek gedaan naar concentratie. De eerste 10 minuten van een les is de concentratie 100%. Deze loopt terug naar 60% na 30 minuten  Daarna zakt de concentratie snel in. Na een uur is er geen concentratie meer. Door afwisseling in te bouwen tussen luisteren en aan de slag te gaan met de lesstof kun je hiermee rekening houden.

Een tweede insteek is herhaling. Het een dag van te voren stampen van feiten is beperkt effectief. Na een dag onthoud je ongeveer nog maar 10%. Terwijl bij het iedere dag herhalen na 5 dagen rond de 90% onthouden wordt. Naast herhalen worden dingen die persoonlijk raken, bizar zijn of gekoppeld worden aan hetgeen je al weet (voorkennis) beter onthouden.

Een derde insteek is pauzeren. Door ieder uur kort te pauzeren wordt er meer onthouden dan dat de les maar door gaat. Na 2 uur achter elkaar dorogaan, onthoud je veel minder, dan dat je ieder uur een korte pauze hebt ingelast.

Naast het werken met bovenstaande principes zijn we ook aan de slag gegaan met de naturalistische intelligentie. In onderstaande video op Leraar24 wordt goed uitgelegd wat je hiermee kan in de klas:

Je doet recht aan de naturalistische intelligentie door studenten activiteiten te laten doen met betrekking tot het verzamelen, analyseren, bestuderen en zorgen voor planten en dieren. Daarnaast zijn waarnemen en ordenen belangrijke activiteiten voor studenten met deze voorkeursintelligentie. In alle lessen zijn er mogelijkheden om dit toe te passen. Binnen de opleidingen van de ICT-Academie kun je bijvoorbeeld hardware laten ordenen. Welke onderdelen horen bij elkaar? Moederborden, harddisks, netwerkkaarten, et cetera. Ik heb me voorgenomen om deze intelligentie meer te gaan toepassen in mijn lessen.

Samengevat kan ik zeggen dat het weer een zeer bijzonder ervaring was met een erg fijne gemotiveerde groep collega’s.