Mijn weblogitems over: CGO: Wat kost dat nou? (1) (2) en (3) doen hier en daar wat stof opwaaien. Er werd al gediscussieerd op de website van Beter Onderwijs Nederland over de kosten van CGO.
Vanaf vandaag wordt ik (positief) geprikkeld over een opmerking op de weblog Onderwijs van Overmogen. De auteur stelt vast dat er nauwelijks iets te vinden is over dit onderwerp. Vandaar dat ik de discussie ook gestart ben, want in de dagelijkse onderwijspraktijk loop ik vaak tegen de bekostiging van CGO aan. Er is geen potje om de eenmalige kosten te financieren. Er wordt met man en macht gewerkt aan het innoveren, echter gaat daar naast voor- en nazorg heel wat “eigen” tijd inzitten. De auteur eindigt zijn weblogitem met de vraag of mijn weblogitems gebaseerd zijn op “oud denken”? Ik ben erg benieuwd naar de onderbouwing hiervan, want ik sta altijd open om iets “nieuws” te leren.
Een van de meest essentiële vragen die ik krijg tijdens het project “Radio8FM gaat digitaal!” gaat over IP-adressen: Hoe werkt dat nou? en Waarvoor heb je een IP-adres eigenlijk nodig?
Zoals een postbode aan de hand van de postcode en het huisnummer bepaalt bij welk huis een brief afgeleverd moet worden, zo bepaalt de apparatuur (bijvoorbeeld een switch) in een netwerk waar een pakketje met informatie naar doorgestuurd moet worden. De apparatuur in het netwerk kijkt of het pakketje in het eigen (sub)netwerk behoord of doorgestuurd moet worden naar een ander (sub)netwerk. De apparatuur bepaalt dat aan de hand van het IP-adres van de ontvanger.
Een IP-adres ziet er als volgt uit:
---.---.---.---
Hierbij staan de streepjes (—) voor een getal tussen de 0 en 255.
Zo is een geldig IP-adres:
192.168.1.1
Maar is:
192.168.334.44
een niet geldig IP-adres.

Iedere computer in een netwerk heeft een uniek IP-adres, zodat de apparatuur (de postbode) de informatie pakketjes kan afleveren aan de juiste PC. In de introductie van deze post vertelde ik dat de apparatuur in het netwerk bepaalt of het informatie pakketje binnen het eigen (sub)netwerk moet blijven of doorgestuurd wordt naar een ander (sub)netwerk. De apparatuur doet door het IP-adres in 2 stukken te hakken met behulp van het subnet masker.
Daar waar het subnet masker overgaat van een 255 naar een 0 moet je op dezelfde plek het IP-adres in 2-en hakken, bijvoorbeeld:
100.168.1.1
255.255.0.0
In dit geval is het eerste deel van het IP-adres 100.168 en wordt ook wel het netwerk id genoemd, en 1.1 het host id.
Mocht je thuis een netwerkje bouwen zorg er dan altijd voor de de hosts (PC´s) in je netwerk allemaal hetzelfde netwerk id hebben, anders zullen de hosts elkaar niet kunnen vinden.
Maar hoe vinden al die hosts op het internet elkaar dan, want het internet is toch een netwerk van (sub)netwerken? Met behulp van een router worden verschillende (sub)netwerken aan elkaar gekoppeld. Een router is dermate slim dat deze goed om kan gaan met de verschillen in IP-adressen tussen het ene (sub)netwerk en het andere (sub)netwerk.
Een interessant weekend in de tukhut van de NKBV met vrienden van de NKBV bracht me een aantal extra inzichten omtrent de kosten van CGO. In de groep zaten een groot aantal onderwijsmensen uit het WO, HBO, MBO en PO.
De discussie ging over de manier waarop de inzet bepaald wordt. Dit is allemaal streng geregeld vanuit de CAO. Het aantal uren contacttijd, voor- en nazorg, scholing, et cetera. is allemaal vastgelegd. Het nadeel hiervan is dat er een soort eenheidsworst is die in het traditionele onderwijs mogelijk voldeed, maar in het nieuwe onderwijs niet meer werkt.
In mijn rol als studieloopbaanbegeleider bijvoorbeeld, had ik in het verleden amper voor- en nazorg nodig, terwijl ik als ontwikkelaar van het onderwijs voor Cohort 2008 veel te weinig tijd heb. Het tijdens projecten begeleiden van studenten kost me amper voor- en nazorg, terwijl het ontwikkelen van een compleet nieuw “vak” ik weer tijd te kort kom.
Kortom, ik zou ervoor pleiten om per afdeling eens goed te kijken naar de verschillende rollen, en de echt benodigde tijd om de taken bij deze rollen uit te voeren. Zo is iedere taak een project met duidelijke einddoelen en faciliteiten. Zo kun je de beschikbare tijd (die rottige wiskundige formule) beter onderling verdelen en zo effectiever gebruiken.
In het WO en HBO gebeurd dit al heb ik begrepen. De nieuwe CAO biedt deze ruimte, maar zul je als afdeling hier met elkaar consensus over moeten bereiken. Zou dat lukken?
Bij het maken van lesmateriaal, zoals presentaties, podcasts of vodcasts, is het belangrijk om de rechten vast te leggen, zodat het (her)gebruikt mag worden op de manier zoals je zelf hebt bepaald.
Wil je bijvoorbeeld dat je materiaal voor commerciële doeleinden gebruikt mag worden, of juist alleen voor niet commerciële doeleinden? Wil je de mogelijkheid bieden dat anderen het materiaal kunnen aanpassen en weer doorgeven of juist niet?
Klik op onderstaand plaatje om een license voor je eigen lesmateriaal te maken via de website van Creative Commons.

Op website van Creative Commons vind je meer informatie over het wat en het hoe.
Zoals je linksonder op mijn weblog kunt zien heb ik het materiaal op mijn website onder een Creative Commons license geplaatst. Dit is heel eenvoudig in Wordpress:
- klik op bovenstaand plaatje;
- kies de manier hoe je je lesmateriaal wilt verspreiden;
- klik op de knop select a license;
- kopieer de gegenereerde HTML-code;
- ga naar Wordpress en kies Presentation;
- sleep de Text 1 widget naar een van de sidebars;
- klik configure en kopieer de HTML-code in de textbox;

- sluit de widget;
- klik op save changes.
Nu weet je zeker dat je materiaal op de juiste manier (her)gebruikt mag worden door anderen.
Via via kwam ik op het spoor van de digitale versie van een artikel over een van onze studenten op de ICT-Academie. Dit artikel heeft in Trouw gestaan, en had ik al gelezen, maar in het digitale tijdperk is dit veel handiger.
Op de weblog van Delicious, mijn favoriete social bookmarking site, is vorige week eindelijk weer een berichtje geplaatst door de makers. Ze laten doorschemeren dat ze hard aan het werk geweest zijn met versie 2.0, en dat deze week belangrijk nieuws te verwachten is.
We know we haven’t updated the blog in a looong time but the team has been heads down working on the next version of Delicious. We’ll have an update to share with you guys next week.
Ik ben benieuwd of de nieuwe versie eindelijk on-line komt, want ik ben hier erg over te spreken. Zie mijn eerdere weblogitem hierover, maar ook een uitgebreid artikel op Techcrunch.
Er is al veel over geschreven en waarschijnlijk heb je de keynotes van Steve Jobs en Bill Gates al bekeken, maar toch voor de volledigheid hier de links naar beide keynotes.
Op de website van de Economist is een interessant poll over het nut van het gebruik van Social Networking, zoals Hyves, LinkedIN en Facebook, in de klas, aldus de weblog Web 2.0 Teaching Tools.

Op dit moment is 69% voor en 31% tegen. De discussie die gevoerd wordt gaat enerzijds over (de voorstanders) de kracht van het gebruik van sociale netwerken in het leren. Je kunt met elkaar informatie uitwisselen over onderwerpen en hierover discussie voeren. Dit is een belangrijke manier van leren. Anderzijds (de tegenstanders) zou het studenten te veel afhouden van de studie, omdat er zeer veel tijd op dit soort netwerken doorgebracht wordt door de studenten met niet (voor de studie) nuttige zaken. Deze tijd wordt niet in de studie gestoken.
Op dit moment wordt er op op onze afdeling gekeken naar technologische mogelijkheden om het internet gebruik te beperken door alle sites te blokkeren behalve de websites die absoluut nodig zijn, zoals blackboard, n@tschool, wikipedia, computerwoorden.nl, et cetera. Aan de ene kant moeten studenten leren met het internet om te gaan en vooral leren zich te concentreren op de nuttige werkzaamheden, zodat ze dit later ook kunnen in het bedrijfsleven. En er zijn studenten bij ons die van stage weggestuurd worden, omdat ze te veel internetten en te weinig echt werken, dus dat moeten ze echt leren. Aan de andere kant merk je dat het leerproces soms sterk vertraagd raakt bij sommige studenten door het niet nuttig gebruik van internet. Een lastig dilemma, en waarschijnlijk herkenbaar voor veel scholen.
Recent Comments