Leergang Lateraal Denken: Lateraal Denken (2)

0

Tijdens de derde bijeenkomst (2-daagse) van de Leergang Lateraal Denken: Lateraal Denken is er een lijstje uitgedeeld met voorbeeld examenvragen om je voor te bereiden op de theorietoets die je naast een examenopdracht moet behalen.

Wat is divergeren?

Op de site woorden.org staat:

Afbreekpatroon: di – ver – ‘ge – ren
Verbuigingen: divergeerde (verl.tijd )
Verbuigingen: gedivergeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

Zoveel mogelijk manieren bedenken om een probleem op te lossen of een doel te bereiken.

Voorbeeld: `Na het divergeren volgt meestal het convergeren waarbij uit de vele gegevens en/of oplossingen de beste gekozen wordt.`
Antoniem: convergeren
Synoniem: genereren

Wat is convergeren?

Op de site woorden.org staat:

Uitspraak: [kɔnvɛr'xerə(n)]
Verbuigingen: convergeerde (verl.tijd enkelv.)
Verbuigingen: heeft geconvergeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

naar elkaar toe bewegen, naar hetzelfde punt gaan

Voorbeelden: `convergerende lijnen`,
`De verschillende technieken zullen convergeren en na verloop van tijd samenvallen.`
Antoniem: divergeren

Wat zijn de vijf divergentieregels?

Wat zijn de vier convergentieregels?

Noem 3 convergentietechnieken van de Bono en beschrijf er één van.
De volgende convergentietechnieken kun je toepassen bij convergeren:

  • op zoek gaan naar specifieke ideeën (leveren meteen iets op of bieden een voordeel),
  • beginnende ideeën (moet nog iets op aanpast worden),
  • concepten (het idee achter het idee),
  • benaderingen (brede algemene richtingen in ons denken),
  • veranderingen (zijn er veranderingen in ons denken),
  • gevoel (wat is gevoel dat je overhoudt aan een sessie; wat blijft hangen).

Noem 3 divergentietechnieken van de Bono en beschrijf er één van.
De volgende convergentietechnieken kun je toepassen bij divergeren:

  • Bedenken van alternatieven
  • Willekeurige ingang 
  • Ter discussie stellen
  • Provocatie

Geef aan welke stappen je moet doorlopen bij de Provocatietechniek.
Provocatie wordt afgekort als PO: Provocative operation. De stappen die je zet om tot een PO te komen zijn:

  • Wat neem je waar?,
  • Stel een PO op door spontaan er een te bedenken, weg laten (een pc zonder toetsenbord), omkeren (Leerlingen geven docenten les; internet surft met jou; een vliegtuig landt ondersteboven) of wishfull thinking (een zin die begint met: “Zou het niet mooi zijn als …”),
  • Beweging door de eerste ingeving op te schrijven, het principe te herleiden, je te richten op het verschil tussen provocatie en de normale gang van zaken, te visualiseren door te bedenken hoe het uitgevoerd zou worden in stappen, de positieve aspecten (gele hoed) te benoemen of ga op zoek naar speciale omstandigheden (bijvoorbeeld een bierflesje met twee halzen met de vraag wanneer is dit zinvol?).

Noem 2 manieren om een provocatie op te stellen.
Stel een PO op door spontaan er een te bedenken, weg laten (een pc zonder toetsenbord), omkeren (Leerlingen geven docenten les; internet surft met jou; een vliegtuig landt ondersteboven) of wishfull thinking (een zin die begint met: “Zou het niet mooi zijn als …”),

Noem 2 bewegingstechnieken bij de Provocatietechniek.
Beweging door de eerste ingeving op te schrijven, het principe te herleiden, je te richten op het verschil tussen provocatie en de normale gang van zaken, te visualiseren door te bedenken hoe het uitgevoerd zou worden in stappen, de positieve aspecten (gele hoed) te benoemen of ga op zoek naar speciale omstandigheden (bijvoorbeeld een bierflesje met twee halzen met de vraag wanneer is dit zinvol?).

Is er een verschil tussen convergeren en creatief convergeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat dan?

Waarom spreekt de Bono liever over brainsailing dan over brainstorming?
In de post: 5 STEPS TO EFFECTIVE BRAINSTORMING staat:

Brainstorming is a group discussion in which individuals use the free flow of ideas to generate as many thoughts as possible within a defined period of time.

Edward de Bono, leading authority in the world in the field of creative thinking, talks about “brainsailing.” This helps us visualize how the ideas in a brainstorming session should flow smoothly from one another.

Brainstorming heeft de associatie dat het ongerichte alle kanten op gaat, echter heeft een goede brainstorm een duidelijke stappenplan met diverse technieken om te divergeren en convergeren. Daarom praat de Bono liever over brainsailing.

Geef aan welke stappen je moet doorlopen bij de techniek van Uitdaging/Ter discussie stellen.
CBA: cut (kunnen we ermee stoppen?), because (waarom doen we het?) en alternative (wat is het alternatief?).

Wat wordt er bedoeld met het begrip lateraal denken?
Bij het gewone denken wordt de snelwegen gebruikt in de hersenen. Hierdoor worden voor de hand liggende niet creatieve oplossingen bedacht. Een “lateral” is een zijtak, een geitenpaadje in de hersenen. Deze zijtakken kunnen voor creatieve oplossingen zorgen als ze bewandeld worden door de hersenen. Met laterale denktechnieken zorg je ervoor dat je deze zijtakken ontdekt en gaat bewandelen.

Kun je bij een idee slechts één concept/fixatiepunt herleiden of zijn er meerdere concepten/fixatiepunten mogelijk? Illustreer met een voorbeeld.
Er zijn meerdere concepten/fixatiepunten mogelijk. Bijvoorbeeld bij een fiets kun je kijken naar het concept: fiets als vervoermiddel, de constructie van de fiets, het esthetische uiterlijk van de fiets, et cetera.

Noem 3 De Bono technieken die gebruikt kunnen worden voor beoordeling.
PMI, WOW/NOW/YOW/…

Leg uit hoe de concept driehoek werkt aan de hand van een voorbeeld.
De concept driehoek helpt je om het concept/fixatiepunt achter een idee te herleiden. Bijvoorbeeld bij een fiets kun je kijken naar het concept: fiets als vervoermiddel, de constructie van de fiets, het esthetische uiterlijk van de fiets, et cetera.

Waarom zijn alternatieve nooit willekeurig?

Welke van de 3 convergentietechnieken bij lateraal denken is eigenlijk een divergentietechniek?

Welke twee manieren heb je om een focus te definiëren?
Doelfocus en gebiedfocus.

Wat is het verschil tussen gebied- en doelfocus?
Bij gebiedfocus kijk je naar een groter geheel, bijvoorbeeld de supermarkt en ga je brainstormen wat er beter kan. Bij doelfocus heb je een specifiek doel, bijvoorbeeld: “Hoe kan ik meer klanten voor de supermarkt trekken?”.

Geef een voorbeeld van gebiedfocus.
Bijvoorbeeld: De supermarkt

Geef een voorbeeld van doelfocus.
Bijvoorbeeld: “Hoe kan ik meer klanten voor de supermarkt trekken?”

Beschrijf het proces van Analyse(s) naar doelfocus en gebruik hierbij een voorbeeld.

Bij een gebiedfocus kennen we “brede” gebieden en “beperkte” gebieden. Geef in de juiste formulering van de gebiedfocus van elk een voorbeeld.

Wat verstaan we onder een Creative Hit-List?
Een Creative Hit-list is een persoonlijke lijst met problemen, thema’s, dromen en taken die je eens in de zoveel tijd tegen het licht houdt met als doel om steeds met de goede dingen bezig te zijn (in plaats van de dingen goed te doen).

Wat is zowel bij de Provocatie als bij de Uitdaging/Ter discussie stellen het uitgangspunt?

Wanneer kun je de Provocatie als techniek inzetten?

Wanneer zet je de Uitdaging/Ter discussie stellen in als techniek?
Als men roept: “Maar dat doen we altijd zo!” is het goed om de aanpak ter discussie te stallen, want vaak zijn aanpakken (patronen) in het verleden ontstaan en hebben ze in het heden geen functie meer, maar worden ze gedaan omdat ze altijd al zo gedaan worden. Het verhaal van de poortwachters bij het kasteel terwijl de prinses al lang een volwassen vrouw was en met haar prins in een ander kasteel woonde.

Waar komt het woord PO vandaan of wat is de verklaring van het woord?
Provocatie Operation.

Wat gebeurt er wanneer we “oordelen” over een Provocatie?

Noem drie manieren om te bewegen vanuit een Provocatie.
Beweging kun je doen door:

  • de eerste ingeving op te schrijven,
  • het principe te herleiden,
  • je te richten op het verschil tussen provocatie en de normale gang van zaken,
  • te visualiseren door te bedenken hoe het uitgevoerd zou worden in stappen,
  • de positieve aspecten (gele hoed) te benoemen of
  • ga op zoek naar speciale omstandigheden (bijvoorbeeld een bierflesje met twee halzen met de vraag wanneer is dit zinvol?

Noem drie manieren om ideeën te ordenen met behulp van de techniek “Oogsten”.
De volgende manieren zijn er om te ordenen tijdens het oogsten:

  • op zoek gaan naar specifieke ideeën (leveren meteen iets op of bieden een voordeel),
  • beginnende ideeën (moet nog iets op aanpast worden),
  • concepten (het idee achter het idee),
  • benaderingen (brede algemene richtingen in ons denken),
  • veranderingen (zijn er veranderingen in ons denken),
  • gevoel (wat is gevoel dat je overhoudt aan een sessie; wat blijft hangen).

Noem drie manieren om ideeën te bewerken met behulp van de techniek “Bewerken”.
Bewerken of verrijken heeft het adagio: “it is easier to tame a wild idea than to breathe life into a dead idea”. Er zijn zes mogelijke acties:

  • Omvormen en bijschaven (),
  • Aanpassen aan de middelen (),
  • Een concept herleiden (),
  • Het idee versterken (),
  • Fouten eruithalen (zwarte hoed)
  • Focus op verschil ().

Koning Willem I College viert mijlpaal invoering: “Mediawijsheid als vak” met mini-conferentie: #mediawijsheid op 8 mei 2014

0

Persbericht

“Het onderwijssysteem in Nederland bereidt leerlingen niet goed voor op het leven in de digitale wereld. Het leert ze vooral ‘vaardigheden die hun ouders nodig hadden’”, betoogt Neelie Kroes in haar column in het Financieel Dagblad. Het Koning Willem I College deelt deze visie door alle voltijds studenten vanaf schooljaar 2014-2015 mediawijs te maken.

In het schooljaar 2011-2012 is in het kader van het aanbieden van 21st century skills het Koning Willem I College gestart met het ontwikkelen van het vak: Mediawijsheid onder regie van de Academie van Teaching & Learning. Vanaf schooljaar 2012-2013 is begonnen met de invoer van het vak via een train-the-trainerstraject voor de docenten. In dat jaar is tevens een aantal afdelingen gestart met het geven van het vak en het aanleveren van feedback. Hierdoor is het vak sterk verbeterd. In totaal zijn er eind schooljaar 2013-2014 veertig docenten getraind. Hiermee is 91% van de afdelingen uitgerust met één of meer getrainde docenten en dus klaar om het vak vanaf schooljaar 2014-2015 te gaan geven.

Banner (640x294)

Het vak Mediawijsheid is ontwikkeld vanuit de 3 C’s van het FOSI (Family Online Safety Institute) en leert studenten positief kritisch te zijn ten opzichte van online informatie, online contact en online gedrag. Studenten leren deze positief kritische houding aan in de persoonlijke en loopbaan & burgerschap-context. Hierdoor geeft het vak mediawijsheid mede invulling aan loopbaan & burgerschap. Als het vak positief afgesloten is, wordt een “bewijs van deelname met goed gevolg” toegekend aan de student.

Om de start van de collegebrede invoering vanaf schooljaar 2014-2015 kracht bij te zetten organiseert het college de mini-conferentie: #mediawijsheid op donderdag 8 mei 2014 van 16.30 – 22.00 uur in School voor de Toekomst. De conferentie is voor medewerkers van het Koning Willem I College. Topsprekers als Justine Pardoen van Ouders Online, Willem Karssenberg van Kennisnet en edublogger op trendmatcher.nl, Michel van Ast en Jorick Scheerens van het Mediacollege Amsterdam inspireren, onder leiding van dagvoorzitter Kim Coppes, de medewerkers van het college. Op dit moment zijn er 82 aanmeldingen.

Einde persbericht

Voor meer informatie: Patrick Koning, p.koning@kw1c.nl

De impact van pesten: “van 12 tot 17 – dagboek van een gepest kind”

0

Afgelopen weekend was de conferentie: Ouders in de branding op het Koning Willem I College. Ik heb een groot aantal tweets van de keynote van Pedro de Bruckere en een tweetal workshops (die ik organisatorisch begeleidde) de wereld in gestuurd. Eén van de workshops waar ik niet bij kon zijn was van Jennefer Delano over pesten. Jennefer is ervaringsdeskundige en heeft haar dagboek uitgegeven: “van 12 tot 17 – dagboek van een gepest kind”.

Via haar weblog kwam ik terecht op bovenstaande video waarin ze verteld over haar ervaringen. Een verhaal dat zicht geeft op het gevoel van iemand die gepest wordt en wat je er mogelijk tegen kunt doen. Bruikbaar om je als docent proberen in te leven in het gevoel van iemand die gepest wordt of mogelijk om te gebruiken om in de les het gesprek hierover aan te gaan met je studenten.

Leergang Lateraal denken: Lateraal Denken

1

Vandaag is de start van de derde (en laatste) 2-daagse van de Leergang Lateraal denken met als onderwerp: Lateraal Denken.

20140416-105950.jpg appliedimagination

De dag start met de salontechniek heerlijk buiten in het zonnetje van Zin in (in Vught). Onderdeel van de salontechniek is het luisteren. De persoon die de “talking stick” pakt verteld. Anderen luisteren en reageren niet.

Vervolgens is er een introductie op Lateraal Denken door in te gaan op De Bono (Lateraal Denken) en Osborn (Creative Problem Solving). Het verschil tussen beide is klein, terwijl door de strijd tussen beide heren het verschil groot lijkt. Het uitgangspunt bij Lateraal Denken is:

  • alleen remmingen wegnemen is niet voldoende
  • Je kunt creatieve vaardigheden ontwikkelen
  • Er zijn formele tools en technieken
  • De tools lijken mogelijk onhandig, maar met oefening wordt dat snel anders

Onze hersenen maken brede paden van zaken die je vaak doet. Geitenpaadjes worden snelwegen. Dit is krachtig want hierdoor kunnen we veel zaken onbewust doen: aankleden, fietsen, et cetera. Het heeft ook een nadeel, want deze paden zorgen ervoor dat je zaken steeds hetzelfde aanpak. Dit is niet creatief. Met laterale denktechnieken kun je op zoek gaan naar ongebaande paden. Om lateraal denken te stimuleren is er een stappenplan.

20140418-124932.jpg

In de eerste stap bepaal je de focus op een onderwerp. Er zijn twee focussen:

  1. Gebiedfocus (waar?) - Gebiedfocus bepaal je door de vraag: “Ik zoek ideeën op het gebied van …”. Er zijn brede en smalle gebieden, bijvoorbeeld wereldvrede en borden voor de nooduitgang.
  2. Doelfocus (waarom?) - Doelfocus is bekender. Je wilt iets oplossen, bereiken of verbeteren. De vraag die hierbij past is: “Hoe kan ik … oplossen/bereiken/verbeteren”. Het bepalen van je doelfocus gaat in 4 stappen: 1. Je bepaalt het probleem, 2. Je zoekt naar oorzaken en mogelijke oorzaken, 3. Je maakt een lijstje van mogelijke doelfocussen en 4. Je kiest een doelfocus. De basisgedachte van deze stap is dat de vraag helder is en de goede vraag is. Je doet dit door te divergeren en convergeren eventueel via gebiedsfocus en doelfocus.

De Bono geeft als tip om als persoon een creative hit list bij te houden. In de training is dit omgezet in een creative hit list: problemen, thema’s, dromen en taken.

In de tweede stap ga je ideeën genereren. Je kunt dit doen door een aantal “werkvormen” in te zetten.

Bedenken van alternatievenAlternatieven ontstaan vanuit een fixatiepunt. Om dit duidelijk te krijgen hebben we de volgende alternatieven bedacht: boom = schommelstellage; riem = touw; boek = ipad; glas = fles. Het fixatiepunt is bij boek bijvoorbeeld lezen. Je kunt als facilitair een fixatiepunt toevoegen, bijvoorbeeld bij een boot het punt: manier om een rivier over te steken. Een fixatiepunt start met: “Wat is een alternatief voor ….?”. Met dit fixatiepunt (iDNA) kun je weer opnieuw ideeën generen. De theorie hier achter is de conceptdriehoek.

Willekeurige ingangEen aantal voorbeelden. Je kunt twee plaatjes laten zien en vervolgens de overeenkomsten hiervan opschrijven. Vanuit deze overeenkomsten kom je op nieuwe ideeen. Je kunt ook een woord pakken en hierop doorborduren. Je kunt hetzelfde ook met muziek: welke gedachten komen in je op bij bepaalde muziek?

Ter discussie stellen - Een belangrijke creative vaardigheid is zaken ter discussie stellen. Licht eens in de zoveel tijd zaken die je doet of als organisatie doet door. De basisvraag hierbij is: wat is er? Er zijn twee soorten wat is er?: de operational parts analysis en de perceived parts analysis. Zie voor uitleg hierover een van de vorige blogs over de Leergang Lateraal Denken. Er zijn een aantal mogelijke perceived parts analysis: dominante ideeen, grenzen, veronderstellingen, essentiële factoren en te vermijden factoren. De aanpak hierbij is cba: cut (kunnen we ermee stoppen?), because (waarom doen we het?) en alternative (wat is het alternatief?).

Provocatie - Provocatie wordt afgekort als PO: Provocative operation. PO is net zoals een random entry om via een stepping stone op andere paden terecht te komen. De stappen die je zet om tot een PO te komen zijn: 1. Wat neem je waar?, 2. Stel een PO op door spontaan er een te bedenken, weg laten (een pc zonder toetsenbord), omkeren (Leerlingen geven docenten les; internet surft met jou; een vliegtuig landt ondersteboven) of wishfull thinking (een zin die begint met: “Zou het niet mooi zijn als …”), 3. Beweging door de eerste ingeving op te schrijven, het principe te herleiden, je te richten op het verschil tussen provocatie en de normale gang van zaken, te visualiseren door te bedenken hoe het uitgevoerd zou worden in stappen, de positieve aspecten (gele hoed) te benoemen of ga op zoek naar speciale omstandigheden (bijvoorbeeld een bierflesje met twee halzen met de vraag wanneer is dit zinvol?).

Stap 1 en 2 horen “bij elkaar” (divergeren) en stap 3 en 4 horen “bij elkaar” (convergeren) en hebben evenveel tijd nodig. Dus als je een workshop plant moet je 50-50 tijd aan de twee fasen besteden

In stap drie ga je van idee naar oplossing. Oftewel: convergeren. Je gaat de ideeën beoordelen. Je beoordeeld de ideeën niet binair: goed of fout. Je gaat positief constructief beoordelen. Je doet dit in drie stappen: 1. Oogsten, 2. Verrijken en 3. Assessment.

Oogsten (= ordenen) kun je op een aantal manieren doen: op zoek gaan naar specifieke ideeën (leveren meteen iets op of bieden een voordeel), beginnende ideeën (moet nog iets op aanpast worden), concepten (het idee achter het idee), benaderingen (brede algemene richtingen in ons denken), veranderingen (zijn er veranderingen in ons denken), gevoel (wat is gevoel dat je overhoudt aan een sessie; wat blijft hangen). Een andere ordering is: praktisch (1/2), concepten (3/4) en gevoel (5/6). Een andere mogelijkheid is de COCD-BOX. Een quadrant met gewone en originele ideeën op een as. En realiseerbaar en (nog) niet realiseerbaar. Daarnaast is ook de idea-box mogelijk: now, how, wow en yow. Een andere mogelijkheden is clusteren. En geef deze cluster een naam.

Verrijken (= behandelen) heeft het adagio: “it is easier to tame a wild idea than to breathe life into a dead idea”. Er zijn zes mogelijke acties: 1. Omvormen en bijschaven (), 2. Aanpassen aan de middelen (), 3. Een concept herleiden (), 4. Het idee versterken (), 5. Fouten herhalen (zwarte hoed) en 6. Focus op verschil (). Hier kun je ook de zwarte, gele en groene hoed gebruiken om de zwarte zaken weg te werken in het idee. De gele zaken te behouden en de groene zaken te gebruiken.

20140417-092314.jpg

Bij assessement kies je ideeën. Bijvoorbeeld door : zwarte, gele en dan groene hoed te gebruiken kijk je naar de negatieve, positieve en mogelijkheden van de ideeën. Op basis hiervan kun je kiezen. Een andere mogelijkheid is de prioriteitenmatrix (DATT-tool). Ook dit PMI is een optie.

In de laatste stap, stap 4, ga je naar resultaat en presenteer je je oplossing. Eventueel in de vorm van een pitch.

Bij de start van dag twee kwam een interessante keuzehulp aan bod bij dilemma’s. Onderbewust weet je wat de goede keus is, maar in je hoofd blijf je malen. Pak een munt. Kies kop voor ja en munt voor nee. En laat de munt voor jou kiezen. Het eerste gevoel wat in je opkomt is de juiste keuze omdat het onderbewuste hier spreekt.

Daarnaast hebben we gesproken over impliciete aannames de we allemaal maken, bijvoorbeeld man versus vrouw, allochtoon versus autochtoon, et cetera. Harvard heeft om dit te laten ervaren een Implicit Association Test gemaakt. Je kunt de test hier doen. Een mooie test die laat zien hoe je beïnvloed wordt.

 

Twitter Lingo: Wat betekenen al die afkortingen op Twitter?!

0

Via mijn collega Sem van Geffen kreeg ik onderstaande tweet als tip met een leuke legenda voor Twitter-afkortingen.

Bk45ZoIIUAA4FH4Handing als hulpmiddel voor jezelf of voor trainingen over het gebruik van Twitter.

Ik mis voor mij de belangrijkste: #dtv of #durftevragen. Logisch want het is een Engelse legenda. Voor de Nederlandse versie zouden beide hashtags niet mogen ontbreken, vind ik.

Go to Top